UM’ers komen in de eerste plaats naar school om te leren.
Niet alleen ouders, maar ook UM-leraren verwachten dat er gestudeerd
wordt. Om dit te controleren zijn er af en toe onverwachte overhoringen.
Aan het einde van een leerstofgeheel wordt een controletoets aangekondigd.
Ouders worden op de hoogte gebracht van de resultaten via een rapport dagelijks werk. Voor elk vak staat er een cijfer op 10. Dit cijfer is het
gemiddelde van de resultaten van overhoringen, controletoetsen en
taken van de voorbije periode. Ook de leer- en leefhouding wordt bij
elk rapport en voor elk vak beoordeeld aan de hand van een woordevaluatie.
Indien het gedrag moet bijgestuurd worden, volgt er een
gesprek met de leraar en waar nodig met de coördinator, de directie
of de CLB-medewerker.
Voor taalvakken is er een evaluatiefiche waarop in detail genoteerd
wordt of er kennis of vaardigheden getoetst werden. Kennis is vooral
het instuderen van woordenschat, grammatica en teksten. De vaardigheden
zijn spreken, lezen, luisteren en schrijven. Deze fiche verduidelijkt
voor elk aspect van het taalonderricht de vorderingen of de eventuele
problemen.
Indien een inhaalles of een extra inspanning nodig is voor een
vak schrijft de vakleraar een begeleidingsrapport.
Er worden twee of drie maal per jaar proefwerken georganiseerd.
Voor elk vak dient de leerstof van het voorbije trimester of semester
gestudeerd te worden.
- Voor elk vak zijn er per lesuur 100 punten te verdienen.
- 1ste graad: de verhouding dagelijks werk/proefwerk is 40/60.
Er zijn 3 volledige proefwerkenreeksen.
- 2de graad: de verhouding dagelijks werk/proefwerk is 30/70.
Er zijn maar 2 volledige proefwerkenreeksen.
Met Pasen worden enkel de hoofdvakken geëvalueerd.
- In de 3de graad ASO-TSO geldt een volledig semestersysteem; er zijn dus geen proefwerken met Pasen.
De verhouding dagelijks werk/proefwerk is 30/70.
De evaluatie in het 1B-jaar,
beroepsvoorbereidend leerjaar (BVL) en de 2de en 3de graad BSO vraagt
een specifieke aanpak. Via permanente evaluatie wordt
de leerling van nabij gevolgd zowel voor kennisverwerving als voor
inzet, vaardigheden en attitudes. Voor sommige vakken is het zinvol
om naast deze permanente evaluatie ook proefwerken in te lassen...
- drie maal per jaar in de 1ste en de 2de graad
- twee maal per jaar in de 3de graad.
De verhouding dagelijks werk/proefwerk is 50/50.
Na iedere proefwerkperiode is er een syntheserapport met een overzicht
van de resultaten. Bij het eindrapport in juni wordt het behaalde
attest vermeld...
- A-attest: de leerling is geslaagd en mag overgaan
naar het volgend leerjaar van eigen keuze.
- B-attest: de leerling is geslaagd en mag overgaan,
maar één of meerdere studierichtingen worden uitgesloten.
- C-attest: de leerling is niet geslaagd en moet
een jaar overzitten.
Natuurlijk worden deze beslissingen niet zomaar genomen. Alle vakleraren
komen geregeld samen in de klassenraad. Zij bespreken studieresultaten
en houding, geven goede raad en begeleiden de leerlingen gedurende
het hele schooljaar.
Ouders worden geregeld uitgenodigd voor een gesprek: info-avond
in september, bespreking van studieresultaten in november, met Kerstmis
en in februari indien nodig, in mei voor de bespreking van de studiekeuze
en in juni bij het eindrapport.
|